Bemiddelingsovereenkomst

Geschil wielrenner en zijn manager

Afgelopen zomer boog het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zich over een geschil tussen een professionele wielrenner en zijn voormalig manager. Er was discussie over de vergoeding die de beroepswielrenner verschuldigd was aan zijn voormalig manager. De manager deed een beroep op een managementovereenkomst, maar deze is niet ondertekend. Subsidiair deed de manager een beroep op het bestaan van een bemiddelingsovereenkomst.

UCI (Union Cycliste Internationale)

De beroepswielrenner is aangesloten bij de UCI. De manager heeft meerdere topsporters (veelal wielrenners) als zaakwaarnemer bijgestaan. Vanaf 2008 was de manager actief als zaakwaarnemer van de bewuste wielrenner. Over de jaren 2009, 2010 en 2011 heeft de wielrenner aan de manager maandelijks een managementvergoeding van € 250,00 betaald voor zijn werkzaamheden. Voor de jaren 2012 en 2013 zijn partijen een managementvergoeding van € 350,00 per maand overgekomen, plus een fee (bonus) van 10 % voor sponsorinkomsten en gereden criteria en een volledige onkostenvergoeding. [

Nieuwe wielrenploeg

De problemen ontstonden toen het contract in 2013 bij zijn wielrenploeg afliep. De manager ging op zoek naar een nieuwe ploeg. Medio augustus 2013 is voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015 een overeenkomst tot stand gekomen tussen de wielrenner en zijn nieuwe ploeg. Het jaarsalaris van de beroepswielrenner bedroeg voor 2014 € 550.000,- en voor 2015 € 600.000,-

Managementovereenkomst

De manager heeft voor deze periode een managementovereenkomst gemaakt. Daarin is opgenomen dat de manager een commissie van 7% ontvangt van het brutosalaris berekend. Deze managementovereenkomst is niet door de wielrenner ondertekend. Op 11 december 2013 heeft de wielrenner op grond van artikel 7:401 BW) de overeenkomst opgezegd. De manager maakt aanspraak op het loon over de volledige periode, wegens opzegging door de wielrenner.  De manager heeft zijn vordering niet gebaseerd op artikel 7:411 lid 2 BW (en evenmin lid 1), waardoor hij aanspraak maakt  op een volledige vergoeding van zijn loon wegens beëindiging van de opdracht door de wielrenner. Dit beroep faalt daarom en de primaire vordering wordt door het Hof afgewezen.

Bemiddelingsovereenkomst

Toch oordeelt het Gerechtshof dat de voormalig manager recht kan hebben op een vergoeding. Dit kan indien hij in opdracht van de wielrenner heeft bemiddeld bij de totstandkoming van het contract met de nieuwe wielrenploeg. Het hof gaat er vanuit dat tussen partijen een bemiddelingsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:425 BW heeft bestaan. Op grond van artikel 7:426 BW heeft de voormalig manager daarmee recht op loon/provisie. Maar is dit 7% van het bruto jaarloon?

Bewijs

De wielrenner betwist dat deze afspraak is gemaakt. Hij heeft de managementovereenkomst ook niet ondertekend. Volgens de wielrenner verschilde het werk dat zijn voormalig manager deed niet wezenlijk van wat hij die eerdere jaren had gedaan. Het Gerechtshof overweegt dat de bewijslast voor de gestelde afspraak over de vergoeding (overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv) op de voormalig manager rust. Omdat de voormalig manager stelt dat de wielrenner tijdens gesprekken in maart, april en juni 2013 met het commissie zou hebben ingestemd, wordt de manager in staat gesteld om zijn stellingen te bewijzen. Dit gebeurt mogelijk met het horen van getuigen. Als de manager daarin slaagt zal de vordering worden toegekend. Slaagt de manager hierin dan zal het Gerechtshof beoordelen op welk loon hij in dat geval aanspraak kan maken. De uitspraak treft u hier.

Laat uw contract beoordelen

Voorkomen is beter dan genezen. Kostbare procedures kunnen voorkomen worden als u het contract vooraf laat controleren. Heeft u vragen over een managementovereenkomst of een bemiddelingsovereenkomst, neem dan vrijblijvend contact op.